
Wintersporten
Skiën: alles wat je moet weten over wintersport nummer 1
Wat is skiën?
Skiën is je voortbewegen over sneeuw op twee lange latten, met stokken voor balans en ritme. Het woord komt uit het Oudnoors en betekent zoiets als ‘gekloofd stuk hout’. In Scandinavië gebruikten mensen ski’s al duizenden jaren om zich in de winter te verplaatsen.
Wat de meeste Nederlanders bedoelen met skiën, is alpineskiën: met een lift omhoog en over geprepareerde pistes naar beneden. Daarnaast bestaan er varianten als langlaufen, toerskiën en freeriden, waar je verderop meer over leest.
Skiën leren: vanaf welke leeftijd kan het?
Kinderen kunnen vanaf een jaar of 3 à 4 leren skiën. Vrijwel elk skidorp heeft een skischool met een kinderland: een afgezette oefenweide met lopende band en een instructeur die er een spel van maakt. Voor jonge kinderen is een paar uur per dag ruim genoeg.
Volwassenen kunnen op elke leeftijd beginnen. Met drie tot vijf dagen les staan de meeste beginners zelfstandig op een makkelijke blauwe piste. Kies voor je eerste keer een gebied met brede, rustige pistes en oefenliften bij het dorp. Tips en geschikte gebieden vind je bij skivakantie voor beginners en skiën met kinderen.
Wat betekenen de kleuren van de pistes?
De kleur van een piste geeft de moeilijkheidsgraad aan. Die hangt vooral af van de steilheid, de breedte en hoe de piste loopt. In Europa gebruiken de meeste landen deze indeling:
- Groen: heel makkelijk, vooral in Frankrijk en Scandinavië. Ideaal voor de eerste dagen.
- Blauw: makkelijk tot gemiddeld. Hier leer je je bochten aan elkaar te rijgen.
- Rood: gemiddeld tot moeilijk, met steilere stukken. Pas als je je snelheid goed onder controle hebt.
- Zwart: moeilijk. Steil, soms smal of hobbelig (buckelpiste) en bij weinig sneeuw ijzig.
- Skiroute: gemarkeerd maar niet altijd geprepareerd of bewaakt. Behandel die als zwart.
Pistekleuren verschillen per land
Een rode piste in Frankrijk kan in Oostenrijk zomaar zwart heten, en andersom. Er is geen internationale norm, dus neem de kleur als richtlijn. In Canada en de Verenigde Staten werken ze met symbolen: een groene cirkel (makkelijk), een blauw vierkant (gemiddeld), een zwarte diamant (moeilijk) en een dubbele zwarte diamant (expert).
Wat overal geldt: ken de 10 FIS-regels op de piste. Wie van boven komt, past zijn snelheid en koers aan op wie eronder skiet.
Wat heb je nodig om te skiën?
Voor een eerste skivakantie hoef je niets te kopen. Ski’s, skischoenen, stokken en een helm huur je in elk skidorp, vaak goedkoper als je ze vooraf online reserveert. Eigen skischoenen zijn wel de eerste aankoop die het verschil maakt: een goede pasvorm voorkomt pijnlijke voeten.
- Ski’s, skischoenen en stokken (huren of kopen)
- Een helm en een skibril
- Een waterdichte skijas en skibroek
- Thermokleding in laagjes, skisokken en goede handschoenen
- Zonnebrand met een hoge factor en lippenbalsem
Waar skiën het beste?
Oostenrijk is voor Nederlanders de vaste favoriet: goed bereikbaar met de auto, sfeervolle dorpen en uitstekende liften. Denk aan het Zillertal of de SkiWelt Wilder Kaiser-Brixental. Frankrijk heeft de grootste aaneengesloten gebieden, zoals Les 3 Vallées, en hooggelegen dorpen waar je vanaf de deur skiet.
In Italië combineer je pistes met de Dolomieten en goed eten, in Zwitserland met hoogte en sneeuwzekerheid. Wil je zeker zijn van sneeuw, kijk dan naar sneeuwzekere gebieden en gletsjers. En droom je van de lichtste poedersneeuw, dan staan de Rocky Mountains in Canada hoog op de lijst. Alle landen vergelijk je op wintersport.
Andere vormen van skiën: freeride, toerskiën en heliskiën
Freeride is skiën buiten de pistes, in onverharde poedersneeuw. Het gevoel van zweven is verslavend, maar het lawinegevaar is reëel. Ga alleen met een gids en met lawinepieps, schep en sonde, en weet hoe je die gebruikt.
Bij toerskiën loop je met stijgvellen onder je ski’s de berg op en daal je daarna af. Het is zwaar, stil en prachtig. Heliskiën brengt je per helikopter naar onaangeroerde hellingen. Canada is daar wereldwijd het bekendst om. In Zwitserland en Italië kan het op aangewezen plekken, in Oostenrijk is het vrijwel verboden. Een skisafari tot slot is een meerdaagse tocht van dorp naar dorp met een gids. Let bij al deze vormen goed op het gevraagde niveau en je conditie.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het om te leren skiën?+
De meeste volwassenen skiën na drie tot vijf dagen les zelfstandig een makkelijke blauwe piste af. Kinderen pikken het vaak sneller op. Na een tweede skivakantie voelen de meeste mensen zich op rode pistes op hun gemak.
Vanaf welke leeftijd kan een kind leren skiën?+
Vanaf een jaar of 3 à 4. Skischolen hebben speciale kindergroepen met een afgezette oefenweide. Houd de lesdagen kort, want jonge kinderen raken snel moe en koud.
Is skiën moeilijker dan snowboarden?+
Skiën is in het begin meestal makkelijker, omdat je benen los van elkaar bewegen en je sneller vooruitgang merkt. Snowboarden is de eerste dagen zwaarder, maar wie de basis eenmaal beheerst, gaat vaak snel vooruit. Lees ook alles over snowboarden.
Moet ik ski’s kopen of huren?+
Huur je ski’s zolang je één keer per jaar gaat of nog aan het leren bent. Dan heb je altijd materiaal dat bij je niveau en de sneeuw past. Eigen skischoenen kopen is wel een aanrader zodra je zeker weet dat je blijft skiën.
Wat is het verschil tussen een rode en een zwarte piste?+
Een zwarte piste is steiler, vaak smaller en soms niet glad geprepareerd. Op een rode piste moet je je snelheid goed kunnen beheersen, op een zwarte piste moet je ook op steile, harde of hobbelige stukken gecontroleerd kunnen draaien.


